Vanaf 2018 staat de ‘huidige’ egalisatiemethode voor de waardering van de voorziening groot onderhoud nadrukkelijk ter discussie.

Het overgrote deel van de schoolbesturen in het funderend onderwijs vormt haar voorziening groot onderhoud op basis van de zogenaamde ‘kostenegalisatiemethode’. Meerdere partijen (o.a. wetgevende instanties, schoolbestuurders en accountants) zijn van mening dat schoolbesturen vanuit de ‘oude’ egalisatiemethode voor het waarderen van de voorziening groot onderhoud een overstap moeten maken naar een meer op systemen en componenten gebaseerde methode voor de waardering.

Op verzoek van de sector heeft een werkgroep naar de effecten hiervan onderzoek gedaan. De werkgroep ‘Verslaglegging groot onderhoud schoolgebouwen’ stelt in het rapport dat het opbouwen van voorziening per onderhoudsinvestering (RJ-methode) leidt tot een reëler beeld van toekomstige financiële risico’s/uitgaven. De werkgroep geeft daarbij de volgende motivering:

  • De daadwerkelijke vermogenspositie van schoolbesturen in PO en VO wordt beter inzichtelijk. Dit is belangrijke informatie voor gesprek met interne- en externe stakeholders over continuïteit schoolbestuur.
  • Het nadeel van extra administratieve lasten weegt niet op tegen het voordeel van beter inzicht.
  • Deze andere presentatie leidt tot verschuivingen in het vermogen (eigen vermogen naar voorzieningen/vreemd vermogen), maar niet tot wijzigingen in kasstromen (de onderwijsuitgaven uit de Meerjaren Onderhoudsplanning (MOP) nemen immers niet toe). Er verandert daarmee dus niets in de bestedingsruimte van schoolbesturen.  

Een verantwoorde invoering moet volgens de werkgroep geleidelijk plaatsvinden.

Wet- en regelgeving moeten worden aangepast en schoolbesturen moeten ondersteund worden. De belangrijkste adviezen vanuit de werkgroep in dat kader zijn als volgt:

  • Geef schoolbesturen de tijd om te komen tot nieuwe verwerking groot onderhoud (per 2023) en faciliteer de benodigde professionaliseringsslag die hiervoor moet worden gemaakt.
  • Kom in overleg met veld tot een scherpe definitie van groot onderhoud en leg deze vast in wet- en regelgeving.
  • Kom gezamenlijk tot duidelijkheid over verantwoordelijkheidsverdeling tussen gemeenten en schoolbesturen.
  • Ondersteun het goede gesprek over onderwijshuisvesting tussen schoolbesturen en gemeenten.
  • Kom met een professionaliseringsaanbod voor een zorgvuldige overgang (gefinancierd door OCW).
  • Schoolbesturen: Vertaal de “technische” Meerjaren Onderhoudsplanning (MOP) op een beleidsrijke manier in de voorziening groot onderhoud.

Het zonder meer en direct strikt toepassen van de RJ per verslagjaar 2018 stuitte bij een groot aantal onderwijsbesturen (voornamelijk in het PO en het VO) en de betrokken sectorraden op forse bezwaren. De Raad voor de jaarverslaggeving kon zich daarom vinden in een tijdelijke overgangsregeling voor de verslagjaren 2018 tot en met 2022.

Het is belangrijk dat uw schoolorganisatie de berichtgeving vanuit het Ministerie van OCW over de registratie en verantwoording van groot onderhoud blijft volgen. In het verlengde daarvan adviseren wij u om voorafgaand aan de begroting voor het verslaggevingsjaar 2023 een besluit te nemen over hoe in de toekomst om te gaan met groot onderhoud. Uw organisatie kan ervoor kiezen om haar voorziening groot onderhoud op basis van de ‘nieuwe’ systematiek te gaan waarderen. Wel geven wij u in overweging om eveneens de andere mogelijk, namelijk de componentenmethode (activeren en afschrijven van groot onderhoud) in overweging te nemen.

Sorry, this website uses features that your browser doesn’t support. Upgrade to a newer version of Firefox, Chrome, Safari, or Edge and you’ll be all set.